Een kookboek vol gezonde vegetarische gerechten, die ook nog eens overwegend glutenvrij zijn. Die omschrijving maakt een specifieke groep mensen heel blij. Maar geven de recepten in The Green Kitchen Travels de rest van ons ook reden tot juichen?

Zoals onbekende zangeresjes popsterren worden dankzij YouTube, zo word je tegenwoordig een bekende kookboekenschrijver dankzij je foodblog. Dat geldt ook voor het Zweeds-Deense stel David Frenkiel en Luise Vindahl, dat sinds 2009 vanuit Stockholm op Green Kitchen Stories vegetarische recepten noteert.

The Green Kitchen Travels is  hun tweede kookboek, geïnspireerd door hun wereldreis met baby Elsa. David is in het dagelijks leven art director bij een tijdschrift en fotografeert de recepten zelf. En dat is te zien: het boek is aantrekkelijk vormgegeven met mooie foto’s en een prettig lettertype. Handig: alle glutenvrije en veganistische recepten – en dat zijn er nogal wat – staan gemarkeerd.

De indeling van het boek is wat onorthodox: na het hoofdstuk ‘ontbijt’ volgt ‘streetfood en snacks’, daarna krijg je de salades en bijgerechten, dan soepen, hoofdgerechten, drankjes en nagerechten. Minstens zo opmerkelijk is het hoofdstuk over reizen met kinderen, waarin de twee advies geven over het kiezen van een accommodatie en andere niet-voedselgerelateerde zaken. Dat hadden ze misschien beter voor  een reisgids kunnen bewaren.

Door naar de recepten. Die zijn vrijwel allemaal licht en gezond, zoals aangekondigd. Maar gezond is bij David en Luise bepaald geen straf: alles klinkt zo lekker dat je het onmiddellijk uit wilt proberen. Neem de wafels met pompoen en amandel bijvoorbeeld, of de chocolade-bonenchili met walnoten, of de zoete-aardappelgnocchi met boerenkoolpesto. Zelfs de zondige dingen doen verantwoord aan, zoals de double chocolate roggemuffins en het aardbeien-yoghurtijs met pijnboompitten.

De ingrediëntenlijst kan soms wat intimiderend aandoen, want David en Luise gebruiken liever roggebloem of kikkererwtenmeel dan tarwebloem, en ook chiazaad en quinoa zijn favoriet. Maar de meeste benodigdheden kun je tegenwoordig gewoon bij de Albert Heijn krijgen; zo ook de farro (een soort tarwe) en halloumi (stevige Cypriotische geitenkaas) uit de testrecepten.

Farrosalade

Klopt het recept? De ingrediëntenlijst vraagt om 15 kleine tomaten. Maar wat zijn dat? Als daarmee ‘gewone’ tomaten bedoeld worden in plaats van vleestomaten lijkt 15 stuks me wel erg veel, dus ik ga voor cherrytomaatjes.

Lijkt het op ‘t plaatje? In mijn versie zit iets minder rood, dus misschien had er toch iets meer tomaat in gemoeten. Maar voor de rest: as advertised.

En smaakt ‘t ook? Absoluut! De farro heeft een stevige bite, de groenten komen goed tot hun recht en het citroensap zorgt voor een fris accent. Ik was bang dat de venkel zou overheersen, maar na een verblijf in de oven is de heftigste anijssmaak er vanaf. Je kunt de salade als avondmaaltijd eten met wat brood erbij, of – zoals ik deed – je collega’s jaloers maken en hem als lunch meenemen naar je werk.

Vegetarische burgers met halloumi

Klopt het recept? Je wordt geacht van grof geraspte wortel, courgette en halloumi burgers te vormen. ‘De burgers voelen best los aan’, schrijven David en Luise, maar dat is nogal een understatement. Het lukt me met de beste wil van de wereld niet om hier een samenhangend geheel van te maken. Ik probeer het probleem op te lossen door met een opscheplepel bergjes van het mengsel in de pan te leggen en ze dan tot een platte schijf te drukken. Doordat de kaas smelt, belooft het recept, worden de burgers vanzelf stevig. Maar halloumi heeft nou juist de voor kaas unieke eigenschap dat hij niet smelt, dus wanneer ik de burgers probeer te keren vallen ze in kleine stukjes uit elkaar.

Lijkt het op ‘t plaatje? Nee dus. Ik maak uiteindelijk maar een soort roerbak van het mengsel en schep dat op twee broodjes. David en Luise gebruiken koolbladeren, maar ik kan mijn koolhydraten niet missen. Verder is mijn yoghurtsaus met tahin veel lichter dan die in het kookboek.

En smaakt ‘t ook? Dat gelukkig wel. Halloumi smaakt zilt en kan wat heftig zijn in grote hoeveelheden, maar in combinatie met de vrij neutrale wortel en courgette is ‘ie perfect. De yoghurtsaus is ook een aanrader. Dit recept wil ik best nog een keer maken, maar dan gaat alles in de blender. Misschien dat er dan wel burgers van het mengsel te vormen zijn.

Al met al zijn beide recepten aanraders, en er staat nog veel meer in het boek dat ik wil gaan uitproberen. Wil je gezond eten, maar vooral ook lekker, dan is The Green Kitchen Travels het kookboek voor jou.

David Frenkiel en Luise Vindahl: The Green Kitchen Travels
Becht’s Uitgeversmaatschappij, €19,95