Gezond eten, hoe doe je dat? Een zaal vol mensen betaalde met liefde €6,50 in de hoop een antwoord te krijgen op die vraag. Het bleek allemaal nog niet zo eenvoudig te liggen.

Je had misschien gehoopt – zoals wij – dat het koolhydraatarme dieet over z’n hoogtepunt heen was. Maar een panel van een diëtist, een klinisch chemicus, een voedselantropoloog en een journalist was het woensdagavond roerend eens tijdens het debat ‘Gezond eten, hoe doe je dat?’ in het Groninger Forum: koolhydraten zijn niet erg goed voor ons. Wie echt gezond wil eten, houdt zich aan een menu van vooral groente, fruit, vis en vlees, zoals de jagers-verzamelaars aten.

Dus als we met z’n allen overstappen naar het paleodieet kom het goed met ons? Zo simpel ligt het nou ook weer niet. Hoe gezond we zijn hangt namelijk van allerlei factoren af, vertelde klinisch chemicus Frits Muskiet. Wat we eten, maar ook: hoeveel stress hebben we, slapen we goed, bewegen we genoeg, hoe schoon is de lucht die we inademen. Dat hangt allemaal met elkaar samen. Wie veel stress heeft of slecht slaapt, kan moeilijk weerstand bieden aan koolhydraten. En omdat we deze factoren maar voor een deel zelf kunnen beïnvloeden, zijn onze goede voornemens eigenlijk gedoemd om te mislukken.

Gespreksleider Andrea Werkman, voedselantropoloog Else Vogel, journalist Ronald Veldhuizen, diëtist Janet Noome en klinisch chemicus Frits Muskiet in debat.

Bijkomend probleem: het paleodieet is misschien wel goed voor ons, maar niet voor de aarde. Voor 1 kilo biefstuk is 25 kilo voer nodig, dus dat is niet erg duurzaam. De mensheid heeft het juist zo ver kunnen schoppen door in te zetten op koolhydraatrijk voedsel, stelde Muskiet: dat levert het meeste rendement op. Als we massaal koolhydraten inruilen voor vlees en groente, is er niet genoeg landbouwgrond om de wereldbevolking te voeden.

Wetenschapsjournalist Ronald Veldhuizen deed er nog een deprimerend schepje bovenop: wie z’n eetpatroon probeert te veranderen om af te vallen, kan meteen wel ophouden. Diëten heeft helemaal geen zin, blijkt uit onderzoek. Het eerste jaar houden we het gewicht er nog wel vanaf, maar daarna komt het er langzaam weer bij, tot we uiteindelijk weer terug bij af zijn. Niet zo vreemd ook, want ons oerinstinct is om zoveel mogelijk te eten en zo weinig mogelijk energie te verbruiken.

Waarom we het desondanks zo belangrijk vinden om slank te zijn, kon voedselantropoloog Else Vogel dan wel weer verklaren: een goed gewicht is in onze samenleving een teken van goed burgerschap. Je laat zien dat je je impulsen kunt beheersen en dat je de maatschappij niet opzadelt met hoge zorgkosten die voortkomen uit overgewicht.

Moet er dan van overheidswege ingegrepen worden, als we er zelf niet in slagen gezonder te eten? Daar waren de meningen over verdeeld: persoonlijke keuzevrijheid is een groot goed. Maar ondertussen komen er wel steeds meer initiatieven die ons een steuntje in de rug moeten geven: zo werden er tijdens het debat koolhydraatarme hapjes uitgedeeld van TastyBasics, een lijn gemakkelijk te bereiden gezonde voeding ontwikkeld door het Drentse bedrijf Food Basics samen met het UMCG. Want één ding werd wel duidelijk: de mens is gemakzuchtig, dus als je wilt dat hij gezonder gaat eten moet je het hem zo eenvoudig mogelijk maken.